ROOSBLOGT

Jonge theaterbezoekers en theatermakers schrijven hier over hun culturele ervaringen in de breedste zin van het woord.
Powered by Rozentheater.

Search

De bloggers:

Kunst als ritueel

door: Malou

Een kunstwerk bevindt zich op een vreemde plek ten opzichte van de rest van de andere middelen die wij dagelijks consumeren en dat maakt het zo moeilijk haar waarde te definiëren. Het kunstwerk ontstaat namelijk, in tegenstelling tot de meeste middelen in onze samenleving, niet uit een bron die een belang dient. Het is precies andersom: een kunstwerk is belangeloos. En omdat een kunstwerk belangeloos is, dient het geen enkel doel behalve zijn eigen bestaan. Het plaatst zichzelf daarmee buiten de politiek, buiten de economie en zelfs buiten het onderwijs of instellingen die zich anderszins bezig houden met kennis. Het plaatst zich niet hoger of lager dan de elite of Henk en Ingrid. Het plaatst zich op de plek waar menselijke ervaringen plaatsvinden. Zoals het rouwen om een dode, het vieren van een geboorte, het liefhebben van wie je houdt, het geloven in een God- los van of er wel of niet een God bestaat- en het vieren van schoonheid, troost en vrijheid.

Laten we kijken wat het oplevert als ik een kunstwerk definieer als een eindresultaat van zo’n ritueel. Het ritueel is het proces dat plaatsvindt tijdens het ontstaan van het kunstwerk en het doel van het ritueel is gedenken, bezinnen, zingeving en/of viering. Het kunstwerk is het resultaat van dat ritueel en geeft daarmee weer toegang tot het ritueel dat er aan ten grondslag ligt. Met andere woorden: het kunstwerk is een ingang tot bezinning, viering, gedenking en/of poging tot zingeving omdat er een ritueel aan ten grondslag ligt.

De werken van Michelangelo waren werken die voortkwamen uit een diep geloof in God. Hij maakte ze uit verering. Zo zijn de schilderingen in de Sixtijnse kapel niet alleen van grote schoonheid, ze bieden toegang tot Michelangelo’s viering van zijn geloof, tot de leegte die er ligt onder zijn geloof (een geloof is immers niet voor niets een geloof) en daarmee tot een ervaring van schoonheid en leegte tegelijk. Het theater is van oudsher een viering ter ere van de Griekse God van de wijn, Dionysis. In die viering, of eigenlijk: in dat ritueel, werd de God gedankt voor de oogst. De Dyonisia, de eerste theaterfestivals, werden gehouden in de oogsttijd- een tijd waarin het land haar vruchtbaarheid toonde en de druiven zwaar en rijp in de gaarden hingen. Ook de eerste toneelstukken zijn dus gevolg van het vieren van een ritueel. In dit geval een ritueel ter ere van de vruchtbaarheid van het land.

Nu hebben we geen Michelangelo’s meer en Euripides, Sophocles en Aischylos zijn al lang dood maar wij zijn nog steeds wezens met een bewustzijn. Dankzij dat bewustzijn stellen wij ons vragen. Waarom worden wij geboren? Waarom leven wij? Waarom gaan wij dood? Waarom gaan anderen dood? Waarom hebben wij lief? Waarom zijn de dingen zoals ze zijn? Vragen die zonder antwoord zijn. Door ze in een vorm te gieten van ritueel en met dat ritueel tot een kunstwerk te komen, proberen kunstenaars die vragen vorm te geven en te delen. Het resultaat zijn kunstwerken. Van die werkjes waarvan je vaak denkt: wat is dat raar, wat is dat vreemd, oh, dat is kunst. Die kunst is een verzamelnaam voor werken die voortkomen uit mensen handen en hoofden, die in stilte en kwetsbaarheid ontstaan en daardoor kwetsbaar zijn. Zonder een middel te willen zijn en zonder een ander belang te hebben dan belangeloosheid.

Waarom kan de kunst zich zo moeilijk verdedigen en waarom komen er alleen wat onduidelijke argumenten uit de culturele sector over politiek, economisch, educatief en emotioneel belang? Volgens mij komt het omdat de kunstwereld zich al die jaren heeft neergelegd bij een subsidiebestel dat kunst bekeek als een middel dat een politiek, economisch of educatief doel dient. Op het moment dat dat bestel het vuur aan de schenen wordt gelegd, blijft de kunstwereld in eerste instantie geen andere optie dan ten langen leste het bestel te verdedigen. Vanuit de visie die dat bestel op de waarde van kunst heeft wordt immers geredeneerd bij het aanvragen en geven van subsidies. En kunstenaars en culturele instellingen zijn er daardoor aan gewend geraakt hun werk te verantwoorden als zijnde een middel dat een maatschappelijk belang dient. Nu wil ik met deze opmerking niet betogen dat kunst géén maatschappelijk belang dient, in tegendeel, het functioneert ook als middel. Maar het is een wezenlijk verschil om te zeggen: kunst IS een middel of kunst FUNCTIONEERT als middel.

Nu de aanval is ingezet vanuit het huidige kabinet kunnen de kunsten zich niet verdedigen omdat er van het begin af aan krom geredeneerd is bij het opzetten van het huidige subsidiebestel. Het bestel gaat niet uit van kunst maar van het belang wat ‘het volk’ of ‘de anderen’ bij kunst zouden moeten hebben. Het feit dat subsidiegevers en beleidsmakers beslissen welk belang anderen bij kunst zouden moeten hebben stoelt op een aanname die elitair, hoogdravend en bovendien hypothetisch van aard is. En uiteindelijk niet houdbaar.

Daar komen nog een aantal factoren bij. Ik definieerde kunstwerken als eindresultaat van een ritueel- bijvoorbeeld een begrafenisritueel. Die rituelen houden we gewoon. Omdat we mensen zijn en vragen hebben. We houden ze zonder politiek, economisch of educatief belang. Hoe zou iets dat je belangeloos doet, zich moeten verdedigen? En waarom? De tweede factor die ik noemde aan het ontstaan van kunstwerken, is dat ze ontstaan in stilte en kwetsbaarheid. Die kwetsbaarheid draagt een kunstwerk in zich. Kwetsbaarheid maakt geen aanvallende of verdedigende beweging. Ze zou niet weten hoe.

Misschien zijn de aangekondigde bezuinigingen een uitgelezen moment om het subsidiebestel aan te passen naar een bestel dat kunst ondersteunt omdat ze kunst is- en niet een politiek, economisch en educatief middel- al is dat een prettig bijeffect. Misschien dat die aanpassing de elitaire bijsmaak aan kunst en kunstenaars weg kan nemen. Misschien dat Nederland zich dan realiseert welk ritueel en welke vragen er ten grondslag liggen aan een kunstwerk, dat die vragen en rituelen van ons allemaal zijn. En waarom de kunstenaars geld moeten krijgen om die rituelen uit te voeren en tot die kunstwerken van hen te komen? Omdat we leven in een economie waarin ieder zijn specialisme heeft en we daar gebruik van moeten maken om ons te ontwikkelen als soort.

Dit is een fragment uit een essay van Malou de Roy van Zuydewijn dat zij schreef  in het kader van een masterclass bij Springdance over de vraag waarom de kunsten zich zo slecht kunnen verdedigen in het huidige discours omtrent kunstsubsidies.

Loading posts...